De wereld in gijzeling. Deel IV: Het verraad van Oranje

Bron: http://hetuurvandewaarheid.info/2014/09/03/3-de-wereld-in-gijzeling-deel-iv-het-verraad-van-oranje/

Dit artikel werd eerder al op 24-04-10 gepubliceerd op Anarchiel.com en wordt hier met toestemming van Jim Beam nogmaals onder de aandacht gebracht.

Klik hier voor de andere stukken van Jim Beame

Klik hier voor deel 1

De wereld in gijzeling. Deel IV: Het verraad van Oranje

Geef me de macht over het geld van een natie en het is me om het even wie haar wetten maakt.”

(Mayer Amschel Rothschild)

De wereld is in gijzeling. Sinds de kredietcrisis breiden de banken hun macht in sneltreinvaart uit door niet langer enkel de derdewereldlanden maar álle naties aan een wurgend schuldinfuus te koppelen. De fenomenale renteschulden verhalen overheden via belastingen op de burgers. Het doel is gecentraliseerde totaalcontrole. Het banksysteem is daarbij het fundament in de manipulatie naar een wereldregering met een wereldleger, wereldbank en wereldmunt. De macht van de bank is mogelijk omdat het bancaire geldsysteem is gebaseerd op een fantastische misleidtruc waarbij een selecte groep uit het niets ‘geld’ creëert en daarvan slechts een fractie in de bank (=computer) hoeft achter te houden, het zogenaamde ‘fractioneel bankieren’. Al eeuwenlang heeft men toegewerkt naar deze (digitale) werelddictatuur. Met het verdwijnen van het muntgeld en de koppeling van iedere persoon en al zijn (geld)transacties aan een persoonsnummer in een centrale database is het zover.

Het Huis Oranje-Nassau heeft de wereldbevolking verraden. De ernstige gevolgen zijn dagelijks merkbaar en nemen in hevigheid toe. Het is een uiterst belangrijk onderdeel in de geschiedenis dat de mensheid tot schuldslavernij heeft gebracht. Toch besteden de geschiedenisboeken er nauwelijks aandacht aan en is deze historie tot dusver nagenoeg onbekend. Relaties worden niet gelegd. De achterliggende motieven verdoezeld. Deel III handelde over de verhuizing van de wereldelite vanuit Zuid Europa naar de Nederlanden leidend tot de ‘Gouden Eeuw’ met de eerste wereldbank, effectenbeurs, multinational, aandelen, de eerste beursmanipulaties en beurskrach. Deel IV handelt over het verraad van Oranje.

De export van de wereldbank, corporatie en bijbehorende elite naar Engeland
Alle handelingen die een moderne bank verricht worden vanaf de vroege zeventiende eeuw al door de Amsterdamse Wisselbank gedaan; de eerste mondiale centrale bank. Het privérecht om geld te drukken buiten het volk en de overheid om, hoort daar nog niet bij. Dat recht komt in 1694 toe aan de opvolger van de Wisselbank als wereldbank: de Bank of England. Sindsdien is Londen het financiële hart van de wereld.

De Bank of England wordt opgericht onder de protestantse Willem III van Oranje-Nassau, Stadhouder van Holland, Koning van Engeland en moordenaar van de gebroeders De Witt, waarbij één vermoordde broer wordt ontkleed, ondersteboven opgehangen, ontmand en ten dele opgegeten en hun uitgerukte harten jaren tentoongesteld. Weer is religie het alibi voor oorlog. Dit keer tegen de Katholieke Lodewijk XIV van Frankrijk met een eeuwenlange nasleep van bloedvergieten in Noord Ierland tot gevolg. Met de bank verhuist ook de elitaire wereldtop naar Engeland – vanaf de achttiende eeuw de nieuwe wereldmacht – en neemt de East India Company als kopie van de VOC het zeemonopolie over.

Met de ‘Glorious Revolution’ van Willem III van Oranje zou Engeland voorgoed protestants worden en een buffer vormen, tegen ‘het grote gevaar’ van de katholieken, zo luidt de officieel goedgekeurde geschiedenis. Glorieus blijkt de revolutie bij nadere beschouwing echter vooral in die zin, dat het een triomfantelijke machtsovername is van het elitaire kartel achter de banken dat voortaan het monopolie van geldcreatie zal bezitten.

Auteur-onderzoeker, Eustace Mullins schrijft dat het verkrijgen van een officiële koninklijke vergunning (charter) voor het vestigen van de Bank van Engeland – voor welke missie Willem is gesteund door de bankiers van Amsterdam – absolute topprioriteit heeft. Mullins is een protegé van de beroemde literator Ezra Pound die hij bezoekt als de laatste gedwongen is opgenomen in een psychiatrische kliniek vanwege zijn mening over president Roosevelt en het bankierskartel bestaande uit ondermeer Rothschild, Warburg, Schiff en Rockefeller, die de aanval op Pearl Harbor hebben georchestreerd en in de uiterst winstgevende Tweede Wereldoorlog beide kampen volledig hebben gefinancierd. i

Mullins vervolgt te vermelden dat Willems troonsbestijging de Engelse troon uitdrukkelijk heeft geplaatst in de lijn van de Zwarte Adel, waar hij sindsdien in is gebleven. Om de huidige koning, die nog eigenmachtig het geld creëert en uitgeeft, het veld te doen ruimen en het Engelse volk ontvankelijk te maken, veroorzaken de Amsterdamse bankiers in 1674 een grote financiële depressie, stelt Mullins. De onrust die hierdoor wordt veroorzaakt, plaveit de weg voor de troonsovername van het Huis van Oranje. De Amsterdamse bankiers lanceren bovendien een hevige campagne om de leidende aristocratische supporters van het oude bewind om te kopen, aldus Mullins’ onderzoek. ii

De elitaire financiers: bankiers en zwarte adel
Leningen voor de revolutie verstrekken Sefardische bankiersfamilies als Lopes Suasso, De Pinto, De Medina, Pereira en Josef de la Vega. Baron Francisco Lopes Suasso is zelfs verbonden aan het hof als ‘court jew’. iii Hij leent Willem III twee miljoen gulden, een astronomisch bedrag in die tijd. iv Zijn zoon Antonio (Isaac) Lopes huwt in 1714 de dochter van de Sefardische Moses Mendes da Costa, de ‘governor’ van de Bank of England. v Na zijn vestiging te Londen in 1805 trouwt de Askhenazi Nathan Mayer Rothschild de Nederlandse Hannah Cohen, dochter van een schatrijke emigré uit Amsterdam en schoondochter van de bankier en beurshandelaar Montefiore: “zodoende gaat hij banden aan met de hoofden van de Sefardische gemeenschap die destijds de financiële wereld van Londen regeren via hun connectie met Amsterdam” schrijft The Jewish Encylopedia in haar entree over Rothschild. De oligarchie van bankiers zou Engeland in een ijzeren greep hebben. Robert McNair Wilson citeert op bladzijde 44 van zijn “The Mind of Napoleon”, minister van financiën onder Lodewijk XVI, Jacques Necker over de situatie in het achttiende eeuwse Engeland:

“Het Engelse systeem was een financiële dictatuur, slim verhuld als kroonrepubliek. Deze oligarchie […] beheerste het geld, beheerste de pers en beheerste de geldstromen van beide grote politieke partijen. Alzo beheerste zij het hele patronaat van de Kroon enerzijds en het gehele lichaam van politiek patronaat anderzijds.”

Van de Nederlandse bankier Solomon de Mendina is bekend dat John Churchill, een van de belangrijkste edelen die het oude Engelse koningshuis de rug toe keren, van hem een omkoopbedrag van niet minder £ 6,000 per jaar per jaar ontvangt. vi Als dank verheft Willem III De Medina tot de adelstand. vii Met een bijzondere voorliefde voor de ‘goede zaak van het protestantisme’ hebben de leningen echter in de verste verten niets te maken.

Dat het bij de Gorious Revolution allesbehalve om het geloof gaat maar om macht en winstbejag, blijkt ook uit de woorden van Edwin Green in “An illustrated History of Banking”. Veel machtige katholieke parlementsleden in het House of Lords hebben geld in de internationale Amsterdamse Wisselbank die gebruikt wordt ter financiering van de Glorious Revolution:

“Onder degenen die op deze wijze hebben “gezorgd voor een veilig heenkomen” waren leden van het Engelse Gemenebest Parlement en het Deense hof, de Prins Palatijn en de Republiek Venetië. De Wisselbank werd ook gebruikt door de Spaanse Kroon ter subsidiëring van Zweden in de zestiger jaren van de zeventiende eeuw. In dit opzicht was de Wisselbank niet enkel een openbare bank voor Amsterdam en haar burgers maar ook een veilige haven voor andere Europese regeringen en politieke belangen.”  viii

U leest het: ook de Venetianen zijn van de partij. Maar het meest frappant is wel de bemiddeling van een oppermachtige Italiaan waarvan men zou verwachten dat hij toch wel het minst geïnteresseerd is in de ‘protestantse zaak’. Schrijversechtpaar Rita Monaldi en Francesco Sorti onthullen in hun spraakmakende en in romanvorm geschreven historische onderzoek “Imprimatur” dat een van Willems belangrijkste geheime geldschieters niemand minder is dan de niet-zo-onschuldige paus Innocentius XI (1611-1689). Zelfs de verdrijving van de katholieke James II van de Engelse troon blijkt door de corporatieve bank van het Odescalchi imperium mede gefinancierd zijn, zo tonen de documenten door de schrijvers gebruikt voor Imprimatur.

Benedetto Odescalchi, alias Paus Innocentius XI, wordt geboren in een rijke bankiers en koopmansfamilie en geniet zijn opleiding bij de Jezuïeten. Hij is de zoon van een edelman uit Como, Livio Odescalchi, en Paola Castelli Giovanelli. ix Het schatrijke bankiersgeslacht Odescalchi is een gedistingeerde familie behorend tot de Zwarte Adel van Venetië en Genua. x Zwarte adel trouwt enkel met elkaar: Ook Benedetto’s moeder behoort tot de Zwarte aristocratie. Een bekende nazaat is H.E. Graaf Don Alberto Carlo Giovanelli (Graaf van het Heilige Roomse Rijk). En zo is de cirkel weer rond.

De werkelijke machthebbers doen niets rechtstreeks. De bankiersfamilie van de paus gebruiken voor hun geldverstrekkingen twee kanalen, aldus Monaldi en Sorti. De leningen van Innocentius XI komen terecht bij zowel de Admiraliteit van Amsterdam als talloze families uit de Hollandse economisch-financiële aristocratie. Deze families komen allen voor in de Grootboeken van de familie Odescalchi. xi Voor ontbrekende financiën plegen de Oranjes ondermeer valsmunterij.

De prinsen van Oranje zouden overigens grote financiële bronnen nodig hebben voor hun oorlogsondernemingen. […]. Als de behoeften dringend zijn, kunnen ze tot daden aanzetten een prins onwaardig, met inbegrip van bedrog en verraad. Volgens de historicus van de mumismatiek Nicolò Papadopoli vervalste de munt van het prinsdom Orange in de 17e eeuw zomaar de Venetiaanse zecchini, waarbij de bijbehorende sancties gemakkelijk werden ontvlucht.” xii

Behalve uit de geldhandel haalt de paus een groot deel van zijn winsten uit de slavenhandel. Om de feiten te camoufleren vervalsen geschiedschrijvers in dienst van de macht de historie en verheffen en roemen de persoon van de paus op onterechte gronden. Uiteindelijk verklaart de kerkadel hem in 1956 zalig. xiii

Dat de enorme geldtransacties van Innocentius zo lang geheim konden blijven toont de ongekend grote macht van de werkelijke machthebbers achter de schermen, terwijl anderen de heetste kolen uit het vuur halen of met ‘false flag’ operaties zelfs de schuld krijgen toebedeeld. Dit laatste geldt in het bijzonder voor bepaalde groepen als geheel zoals tegenwoordig de moslims en vroeger de volgelingen van het jodendom. De mainstream media leggen vervolgens de valse connecties tussen moslims en terrorisme of tussen joden en de misdaden van het zionisme en de Israëlische staat.

Willem III van Oranje en zijn verraad van de wereldbevolking aan een private geldelite
Willem heeft voor zijn toekomstige verdeel-en-heers oorlogen resulterend in eeuwen Noord-Ierse terreur, geld nodig en klopt aan bij private financiers. De situatie is te vergelijken met het ontstaan van de Bank van Venetië in 1171. Andere mainstream bronnen melden dat deze bankiers de ambitieuze Willem, die tot dan enkel stadhouder is, al in Holland het koningschap van Engeland hebben aangeboden in ruil voor het recht om geld uit te geven. xiv

William Guy Carr schrijft op bladzijde 23 van “Pawns in the Game” (1956):

1689: Willem van Oranje en Mary, waren afgekondigd als Koning en Koningin van Engeland. […] Hun [de financiers] eerste doelstelling was toestemming te krijgen een Bank van Engeland op te mogen richten en de schulden van Groot Brittannië aan hen te consolideren en zeker te stellen voor leningen verstrekt aan haar, om de oorlogen te kunnen voeren die zij zelf initieerden. Het is van belang te bedenken dat zodra de Nederlandse generaal [Willem van Oranje] op de troon van Engeland zat, hij de Britse schatkist overhaalde £ 1,250,000 te lenen van de bankiers die hem daar hadden geplaatst. […] Aldus, voor de som van £ 1,250,000 verkocht koning Willem van Oranje het Engelse volk [en de gehele wereldbevolking daarna] als economische lijfeigenen.”  xv

Willem gaat akkoord met de draconische voorwaarden – zie hieronder – en verkwanselt in 1694 met zijn ‘Royal Charter xvi welbewust het staatsmonopolie om geld te drukken ten dienste van het volk aan een private partij, in ruil voor financiering van zijn oorlog en volgens anderen: het koningschap. Zo vindt de Bank of England haar ontstaan. Daarmee heeft Willem III van Oranje zijn volk als schuldslaven uitgeleverd aan een oppermachtig groepje elitairen en is de belangrijkste stap gezet om de wereld in gijzeling te nemen, of zoals bankier Mayer Amschel Rothschild het later uitdrukt:

Geef me de macht over het geld van een natie en het is me om het even wie haar wetten maakt.”  xvii

Historicus Tony Claydon zegt het zo: “Willems besluit om in 1694 de Royal Charter te vergunnen aan de Bank [of England], een privaat instituut in eigendom van bankiers, is zijn meest relevante economische nalatenschap. Het legde de financiële fundering voor de Engelse overname van de centrale rol van de Hollandse Republiek en de Bank van Amsterdam (=Wisselbank] in het mondiale handelsverkeer van de achttiende eeuw.”  xviiiAls model voor de nieuwe wereldbank dient de Amsterdamse Wisselbank.  xix

Voorheen verzorgden overheden de uitgave van geld zelf. Met het nieuw verworven recht van een groep privébankiers om onbeperkte geld te mogen creëren voor de koning tegen een rentevergoeding is het fenomeen staatsschuld geïnstitutionaliseerd. Het is het ultieme machtsmiddel. De ‘Glorious Revolution’ is geen godsdienstrevolutie maar een ‘Glorious Banking Revolution.’ Van alles wat deze revolutie teweeg heeft gebracht bij de mensheid is de almacht van de centrale banken en de schuldslavernij de meest ingrijpende.

De rente die de bank aan de staat oplegt, vordert de staat terug via belasting van haar onderdanen. Niet langer staat het geld ten dienste van het volk maar staat het volk ten dienste van het geld. Van ‘mon pauvre peuple’ is ook bij deze derde Willem – residerend in door Daniël Marot ontworpen lusthoven als het weelderige Hampton Court en ‘Klein Versailles’, oftewel Paleis het Loo – niet de minste sprake.

Het banksysteem van de Bank of England vormt vervolgens het model waarop nagenoeg alle huidige centrale banken zijn gebaseerd. Door deze belangrijke rol is de City of London uitgegroeid tot het financiële centrum van de wereld. Ook de daar gevestigde effectenbeurs is gebaseerd op de beurs te Amsterdam. Verder bevinden zich er de oudste en belangrijkste vrijmetselaars-grootloge; de United Grand Lodge of England, de belangrijkste kranten, alle kantoren van Britse banken, 385 buitenlandse banken en 70 Amerikaanse banken. Dit economische wereldhart is misschien wel de zwaarst bewaakte plek ter wereld en vormt sinds 1649 een ‘city-state’ binnen het Verenigd Koninkrijk, gelijk het religieuze centrum op aarde; Vaticaanstad binnen Rome, en het militaire middelpunt van de wereld; de aparte corporatie van het District of Colombia (DC) binnen Washington.xx De drie vormen aparte stadsstaatjes, gedeeltelijk of geheel onafhankelijk van het land waarin ze zich bevinden. Ze voeren elk hun eigen vlag (klik vlag Vaticaan, DC en City) waarvan de drie sterren in de vlag van het District of Columbia zouden staan voor de drie City-States en hebben alle drie een obelisk, het phallische symbool van almacht, verwijzend naar de zonnegod Amen (Ra) die religieuzen wereldwijd nog altijd aanroepen als afsluiting van hun gebed xxi (klik Vaticaan, DC en City).

De City of London staat onder leiding van The City of London Corporation met aan haar hoofd de Lord Mayor of the City of London. De gerenommeerde Rough Guide to England zegt erover:

De Corporation die de City bestuurt als een eenpartij-ministaat, is een ongereconstrueerd old boys’ netwerk waarvan de middeleeuwse praal de zeer reële macht en rijkdom camoufleert die het bevat.” xxii

De Glorious Banking Revolution
Sir William Paterson is de officiële spreekbuis van het bankierskartel en toekomstige eigenaars van de op te richten private Bank of England. Hij is een Schots bankier en handelsman; sterk voorstander van Grotius’ vrijhandel. In 1685 gaat Paterson naar Amsterdam, destijds het hoofdkwartier van de Engelse Whigs, alwaar hij deelneemt aan de revolutionaire beweging en campagne die in 1688 aan Willems intocht te Engeland vooraf gaat. xxiii In Amsterdam investeert hij zijn fortuin in de daar aanwezige banken, alvorens rond de machtsovername van Willem III naar Engeland terug te keren voor de stichting van de Bank of England. xxiv

Bij het verlenen van de Royal Charter voor de stichting van de Bank of England in 1694 heeft Willem III van Oranje met de volgende zaken ingestemd:

  • Het alleenrecht van de bank om geld te drukken voor de overheid (issue of notes) xxv
    Professor Caroll Quigley, voormalig mentor van Clinton, en onderzoeksjournalist Ellen Hodgson citeren van Paterson de volgende uitspraak: “De bank heeft het recht van renteheffing op alle geld dat zij uit het niets creëert.” Deze uitspraak is onder andere te vinden in een circulaire om aandeelhouders aan te trekken. xxvi Dat ‘niets’ bestaat destijds uit het papiergeld dat de bank mag drukken, zonder gouddekking. Voor elk pond goud in de kluis, mag de bank tien ponden in papiergeld uitgeven. Dit beginsel van ‘fractioneel bankieren’ passen alle moderne centrale banken tegenwoordig toe. Sinds 1971 is onder president Nixon de goudstandaard echter helemaal opgegeven en ontstaat ‘geld’ enkel bij de gratie van de drukpers of tegenwoordig: het toetsenbord van de computer. xxvii
  • Het recht over het gecreëerde geld rente in rekening te brengen aan de staat xxviii
    De rentevergoeding bedraagt 8% waarmee het fenomeen staatsschuld is geboren. Onmiddellijk wordt betaling ingevoerd op een groot aantal goederen. De staatsschuld wordt vervolgens verhaald op de burger in de vorm van belastingen. Door deze constructie lopen de bankiers geen risico en zijn zij verzekerd van een ‘eeuwigdurend’ inkomen. xxix
  • Het papiergeld van de te vestigen Bank of England moet ‘legal tender’ zijn
    Dat wil zeggen, ondanks de waardeloosheid van het papier zelf, door de overheid gelegaliseerd als betaalmiddel. Dit betekent voor de bank dat zij van haar zijde behalve voor de drukkosten geen kosten hoeft te maken voor geldcreatie, noch het gedrukte papiergeld door werkelijke waarde hoeft te dekken, maar door rente wel maximale winsten incasseert en zich daadwerkelijke waarde mag toe-eigenen bij onteigening van schuldenaars. xxx
  • Het onafgebroken handhaven van schuld
    Patterson wil voorzien in een ‘fund for perpetual interest’, xxxi hetwelk inhoudt dat het geenszins de bedoeling is dat wordt terugbetaald. Feitelijk is er sprake van een permanente lening waarover rente wordt betaald zonder de hoofdsom ooit terug te betalen. xxxii Dit betekent niet minder dan een revolutie in overheidsfinanciën. xxxiii Bij de creatie van geld voor de overheid ontstaat dus onmiddellijk schuld: geld ÍS schuld. Zo houden de eigenaars van de bank als schuldeisers hun politieke invloed. (Willem maakt voor zijn oorlog in 1694 een staatsschuld bij de Bank of England van 1.250,000 pond sterling tegen een rente van £ 100,000 per jaar. In 1698 is deze schuld gestegen tot 1.600,000 pond). xxxiv
  • De geldcreatie in privéhanden
    Het eigendom van de centrale Bank of England is in privé handen. xxxv
  • De geheimhouding van aandeelhouders
    De namen van deze eigenaar-bankiers blijven geheim en zij krijgen het recht de Bank of England te vestigen: de nieuwe centrale wereldbank. Het zijn “goed bekend staande vermogensbeheerders en handelslieden van hoog aanzien.” xxxvi

De corporatie: ‘assets’-graaiende grijparm van de centrale bank
Naast de bank ontstaat ook de corporate East India Company, geheel naar VOC-model eveneens onlosmakelijk verbonden aan de centrale bank en de overheid, zoals de huidige multinationale corporaties, banken en (meeste) overheden ook een drie-eenheid vormen. Via het immense Britse wereldrijk dat de East India Company bijeenrooft, verbreidt deze private partij de invloedssfeer van de machtselite. Opium en slavernij zijn wederom hoofdingrediënten van de winst. De armoede en verslavingsproblematiek door de Engelse opiumhandel is zó ernstig dat deze uiteindelijk uitmondt in de opiumoorlogen. Dr. John Coleman stelt in “The Conspirators’ Hierarchy” dat de luxe hooggecultiveerde ‘gentlemen’ uitgezonden met de East Indian Company uit naam van het Britse Empire “uitsluitend werden gefinancierd vanuit het enorme inkomen verkregen uit de ellende van de miljoenen aan opium verslaafde Chinese koelies”. xxxvii

Willem III vaardigt in 1701 opnieuw een Royal Charter uit, dit keer tot de oprichting van een corporatie voor slavenhandel en -uitbuiting waar hijzelf aandeelhouder van is, bekend onder de vroom klinkende naam “De vereniging ter verspreiding van het evangelie in overzeese gebiedsdelen” (Society for the Propagation of the Gospel in Foreign Parts, thans ‘U’SPG). Onder de vlag van bekering van ‘wilden’ ontvoert, detineert, transporteert en verkoopt deze organisatie mensen voor slavernij, als een van grootste ondernemingen ooit op dit gebied zoals de Hollandse West-Indische en Oost-Indische (!) Compagnieën daar in de zeventiende eeuw het meest bedreven in zijn (Zie “De strijd tegen de menselijkheid”). De SPG-corporatie brandmerkt de slaven in de verzamelkampen met het woord ‘Society’ om hun eigendom van de SPG te verzegelen. Zij werken zich vervolgens letterlijk dood (waar kennen we deze praktijken meer van?). xxxviii

Bank of England vervolgens gedomineerd door Rothschild
In de negentiende eeuw domineert de familie Rothschild de Bank of England, Britse economie en de internationale geldhandel. Ooit begonnen in Frankfurt, de standplaats van de huidige Europese Centrale Bank, traceert de familie haar wortels tot de Ashkenazi’s, het eerder besproken nomadenvolk uit het immense Khazarië. xxxix

Aan het begin van de eeuw wordt Rothschild in één klap de machtigste en rijkste man van Engeland door met voorkennis te speculeren op de afloop van de Slag bij Waterloo. De geschiedenis hiervan is genoegzaam bekend: Zijn uitstekende koeriersdienst informeert hem over het verlies van Napoleon bij Waterloo, waarop hij op de beurs doet voorkomen alsof juist de Britten de slag hebben verloren, met als gevolg dat beurshandelaren massaal hun aandelen van de hand doen en Rothschild ze voor een appel en een ei opkoopt. xlVolgens de officieel goedgekeurde bronnen is dit een legende; een mythe. Hoe Rothschild in 1815 anders aan zijn immense vermogen zou kunnen zijn gekomen leggen deze bronnen echter verder niet uit. Of het nu gaat om de oranjemythe of de 9/11-‘Al Qaida aanslag’:mythe verklaart men tot historie en historie tot mythe. Fair is foul, and foul is fair. xli

Voor Europese overheden en koninklijke families treedt Rothschild op als officiële bankier met name door het verstrekken van enorme leningen voor grote projecten, vooral oorlogen. (Thans treedt Rothschild op als ‘adviseur’ van overheden bij privatiseringen). De overheidsleningen geven hem almacht. Met het voorwerk verricht door Willem III kan hij nu uitspraken doen als:

Het maakt me niet uit welke marionet is geplaatst op de troon van Engeland om het Imperium te regeren. De man die de de geldvoorziening van Groot-Brittannië beheerst, beheerst het Britse Rijk en ik beheers de Britse geldvoorziening.” xlii

Zo financiert hij de Slag bij Waterloo, de Bank of England, het Suezkanaal en later de staat Israël. In 1825 verstrekt N.M. Rothschild een lening aan de Britse overheid ter voorkoming van de ineenstorting van het Britse banksysteem. Alfred de Rothschild wordt in 1869 directeur van de Bank of England en blijft dat 20 jaar. Hij vertegenwoordigt de Britse overheid op de Internationale Monetaire Conferentie te Brussel van 1892. Steeds is de familie haantje de voorste als het gaat om centralisering van macht in privéhanden. Slavernij, het summum van machtsmisbruik, vindt hij bij bedrijfsvoering geen probleem, zo blijkt uit de documenten over zijn slavernijverleden, onthuld door de Financial Times.xliii Rothschild is behalve bij het centraliseren van bancaire macht tevens de grootste drijvende kracht ter wereld achter het centraliseren van corporate macht door het grootschalig opkopen van bedrijven, al of niet onder eigen naam. xliv

Rothschild en uw Staatsbank verregaand verstrengeld
In 1980 neemt Rothschild de leiding bij het internationale fenomeen van privatisering. Recentelijk heeft Rothschild ‘geadviseerd’ over meer dan duizend fusies en daarnaast enige van de grootste corporate ‘herstructureringen’ ter wereld. xlv Het gevolg is dat corporaties wereldwijd het monopolie krijgen op de voorziening van essentiële basisbehoeften als water, voedsel, energie, gezondheid en informatie. Met name op de communicatienetwerken versterkt deze bank haar greep. U begrijpt natuurlijk waarom: communicatienetwerken en media zijn de ruggengraat van machtsuitoefening. Wie de communicatie beheerst, beheerst de mensheid.

Zo heeft ABN Amro Rothschild al in 1997 het grootste Australische Telecombedrijf geprivatiseerd. xlvi U leest het goed: ABN Amro Rothschild! Zo staat de door uw belastinggeld gefinancierde commerciële staatsbank namelijk tot nu toe in het buitenland bekend (klik hier & hier). xlvii ABN Amro is het toonbeeld van wat Mussolini typeerde als kenmerk van het fascisme, namelijk de “samensmelting tussen staats en corporate macht”.xlviii De staatsbank is in 1996 een verregaande belangenverstrengeling aangegaan met Rothschild door het bundelen van de aandelaankoop op de internationale kapitaalmarkt.xlixSamen met Rothschild berooft uw bank wereldwijd burgers van hun macht te beschikken over water, energie, communicatie en voedselvoorziening, door essentiële dienstverlening hierin gespecialiseerd, te privatiseren en over te hevelen naar de corporaties, die vaak nog gespekt worden met overheidssubsidies.

In 1999 ‘adviseerde’ Rothschild Nicaragua bij de verkoop van het staatstelecombedrijf. l Na eerst het staatsoliebedrijf Petrobras van Brazilië te hebben opgekocht, richt Rothschild zich op de Braziliaanse telecomsector. li Fiji-telecom is eveneens al in 1996 opgekocht door de bank. lii Rothschild ‘adviseert’ Turkije bij de verkoop van het staatsbedrijf Turk Telecom in 1999. liii En ga zo maar door. ABN Amro Rothschild schrijft in haar ‘advies’ over de verkoop van het Australische staatstelecombedrijf dat zij de grootste speler zijn ter wereld op het gebied van de privatisering van telecombedrijven. Zo ‘adviseert’ ABN Amro Rothschild overheden bij de verkoop van de drie grootste Aziatische telecombedrijven, British Telecom, Deutsche Telecom en Swiss Telecom, schrijft de bank in hetadviesdocument aan de Australische overheid. liv

De corporate leegroof van Nederland
Ook Nederland wordt leeggeroofd door deze bank. Nuts- en kleinere privébedrijven vallen ten deel aan de banken en corporaties. Zo heeft de Nederlandse Staat 105 miljoen aandelen KPN – het nutsbedrijf ooit van uw belastinggeld betaald – verkocht aan ABN Amro Rothschild die dat aan haar ‘adviseerde.’ lv Daarnaast is Rothschild betrokken bij de verkoop van aandelen Super de Boer, adviseert Rothschild de staat bij de verkoop vanFortis Corporate Insurance, adviseert Rothschild bij de verkoop van het productiebedrijf van uw biometrische persoonsbewijs aan het Franse Sagem waardoor uw vingerafdrukken zijn beland bij de Franse militaire industrie, adviseert de bank bij de verkoop van distributiebedrijf Hagemeyer, adviseert zij bij de beursgang van waterleidingenfabrikantWavin en autofabrikant Spyker.

Maar de grootste troef is wel een ander van oorsprong Nederlands bedrijf: Rothschild is als sponsor en adviseur betrokken bij Shell lvi en bekleedt er directiefuncties. lvii In 1911 wordt Rothschild de grootste aandeelhouder van dit bedrijf. lviii De andere grootaandeelhouder is koningin Beatrix.

Behalve met de ABN-Amro is Rothschild ook een samenwerkingsverband aangegaan met de Rabobank. De laatste van oorsprong deels Boerenleenbank gaat met Rothschild “agribusiness en voedingsbedrijven ‘adviseren.’”, uiteraard volgens de regels van de corporate Codex Alimentarius. lix

Terwijl tijdens de kredietcrisis vele kleinere banken en bedrijven sneuvelen, boekt Rothschild met zijn opkoopactiviteiten in 2008 een record winststijging van 31% (€ 459 miljoen) en betaalt megabonussen aan haar staf. lx

Moederbedrijf (“ultimate holding company”) gevestigd in Nederland
Concordia BV, gevestigd aan de Apollolaan 133-135 te Amsterdam lxi is de onopvallende naam van het overkoepelend bedrijf waaronder Rothschilds Continuation Holdings AG valt, dat op zijn beurt weer het moederbedrijf is van de verschillende Rothschild banken met de hoofdvestiging in Londen. In elk geval tot 2007 is deze Nederlandse koepelvestiging het uiteindelijke moederbedrijf van waaruit Rothschild en Cie het gehele bankimperium bestiert, aldus, ondermeer de nieuwsdienst van de London Stock Exchange. Volgens Wikpipedia is dat nog steeds zo. lxii Reuters duidt Concordia aan als “The ultimate holding company” van de Rothschild Banking Group. De huidige directeur, David de Rothschild is er voorzitter. lxiii Daarnaast is Rothschild Europe BV, gevestigd aan de Herengracht 556.

Directeur David de Rothschild laat zich zelden publiekelijk uit maar erkent dat er een ‘global governance’ (eufemisme voor wereldregering) zal komen: “Baron Rothschild deelt de visie van de meeste mensen dat er een nieuwe wereld orde is. Naar zijn mening zullen banken hun schuldpositie omlaag brengen en er zal een nieuwe vorm van global governance komen”, schrijft het staatsblad van Abu Dhabi ‘The National’ op 6 november 2008. lxiv

Dat is dan een mooie geruststelling.

Klik voor deel III hier

Klik voor deel V hier

Noten
i Zie de beroemde trilogie van Anthony Sutton “Wall Street and…”
ii “Those who had aided William’s invasion were well-rewarded; they have been the wealthiest families in England ever since. The first order of business was to charter the Bank of England in 1694, the mission for which William had been backed by the bankers of Amsterdam . This made the Canaanite cause a true world power. William’s accession placed the throne of England firmly in the line of the black nobility, where it has remained ever since”. “Because Charles II was now on the throne of England , the Amsterdam bankers instituted a great financial depression in England of 1674. The unrest caused by this development paved the way for the House of Nassau [the Dutch House of Orange] to seize the throne of England . England made peace with its nemesis, Holland , in 1677. As part of the deal, William of Orange married Mary, daughter of the Duke of York, who became King James II [of England, VII of Scots] when Charles II died in 1685. James now became the only obstacle to William’s taking over the throne of England . The Amsterdam bankers now launched a frenetic campaign of bribing King James II’s leading aristocratic supporters”. Uit:Eustace Mullins; “The Curse of Canaan.” p. 84.
iii “A rare case of a banker performing as a ‘court Jew’ in Holland was the Jewish Portuguese banker Francisco Lopes Suasso, who, together with Pinto and Medina, raised loans for Stadholder William III to enable him in 1688 to sail to England and claim the English throne.” H. Schijf, Department of Sociology/Anthropology of the Universiteit van Amsterdam“International Jewish Bankers between 1850 and 1914.” Paper prepared for Session X: Diaspora entrepreneurial networks, Economic History Congress XIII, Buenos Aires, 22-26 July 2002. P. 4. Zie ook Daniel M. Swetschinski, & Loeki Schönduve, “The Lopes Suasso family, bankers to William III”, Amsterdam: 1988, p. 53-57. Stern, Selma, “The Court Jew. A Contribution to the History of Absolutism”, New Brunswick: 1985 (1950), p. 4. De la Vega, financier Willem III: “Venture Shares of the Dutch East India Company”, 7 maart 2003, Larry Neal, Yale University, blz. 2. Zie vooral ook: David S. Katz. “The Jews in the history of England, 1485-1850” Oxford University Press. p. 156-160.
iv “Jewish banker Francisco Lopes Suasso lent two million guilders”: Jardine Jardine, Lisa. “Going Dutch: How England Plundered Holland’s Glory” (Harper, 2008), p. 52.
v Bron: Encyclopaedia Judaica. © 2008 The Gale Group. Verder: J.S. da Silva Rosa, “Geschiedenis der Portugeesche Joden te Amsterdam” (1925), index; Baron, Social, 2 (1937), 180, 230; 3 (1937), 133; H.I. Bloom, “The Economic Activities of the Jews of Amsterdam” (1937), index; Brugmans-Frank, 400, 416, 585, 597; A.M. Hyamson, “The Sephardim of England” (1951), index; H. Kellenbenz, “Sephardim an der unteren Elbe” (1958), index, s.v. Lopes Suasso; Landa, in: JHSET, 13 (1932–35), 273, 276, 287; C. Roth, ibid., 15 (1939–45), 16f .; Sutherland, ibid., 17 (1951–52), 87; Rubens, ibid., 18 (1953–55), 103, 110.
vi “The chief figure amongst those who deserted James at that crucial juncture was John Churchill, first Duke of Marlborough . It is interesting to read in the Jewish Encyclopedia that this Duke for many years received not less than 6,000 pounds a year from the Dutch Jew Solomon Medina.” “The Nameless War” Archibald Maule Ramsay. Henry Boyle; “The chronology of the eighteenth and nineteenth centuries” ;“This day died at Windsor, John Churchill duke and earl of Marlborough, and marquis of … it was discovered that he had been in the receipt of an annual stipend of 6000/. from Sir Solomon Medina.” p.39. “The Olio, or, Museum of entertainment”,Vol 9.; “John Churchill, the famous Duke of Marlborough. This great general was detected in many mean and dishonourable acts, among which his being in receipt of an annual stipend of 6,0001. from Sir Solomon Medina.” p. 502.
vii “William III had knighted Solomon de Medina (died 1730), a Dutch banker who had helped him finance his campaigns”: http://www.heraldica.org/topics/jewish.htm
viii “Amongst those thought to have “provided for a retreat” in this way were members of the English Commonwealth Parliament and the Danish court, the Prince Palatine and the Republic of Venice . The Wisselbank was also used by the Spanish crown to pay subsidies to Sweden in the 1660’s. To this extent the Wisselbank was not only a public bank for Amsterdam and its citizens but also a secure haven for other European governments and political interests. Its success continued well into the eighteenth century, even after Amsterdam ‘s ascendancy was coming to an end, and it survived until 1820.” Edwin Green en Peter Aprahamian; “Banking, An Illustrated History”, p.33.
ix Wikipedia Eng; Pope innocent XI; geraadpleegd 20 maart 2010.
x “Among the principal purchasers were members of the ‘black’ aristocracy – distinguished families such as the Odescalchi, Barberini and Doria Pamphili.”Christopher Duggan; “The Force of Destiny: A History of Italy Since 1796”, p. 301.
xi Monaldi & Sorti, “Imprimatur”, Cargo – De Bezige Bij, 2002, p. 590
xii Ibid. “Imprimatur”, p.586.
xiii Ibid. “Imprimatur”, p. 565.
xiv “In 1688 werd Willem III de troon van Engeland beloofd als hij de heersende bankiers het recht gaf om geld uit te geven. Zijn twijfel hierover werd weggenomen doordat hij tegen 8 % rente zoveel mocht lenen als hij wilde en de bankbiljetten het opschrift kregen “The Bank of England – redeemable (inwisselbaar tegen) in Gold or Silvercoins”. Zodoende werd in 1694 de Bank of England (BoE) gesticht, die op haar beurt weer een voorbeeld werd voor de banken op het continent.” Bron: Wikipedia Ned., geraadpleegd 4 april 2010; “Bank of England”: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bank_of_England
xv “1689: William of Orange and Mary, were proclaimed King and Queen of England. .. Their [the money lenders] first objective was to obtain permission to institute a Bank of England and consolidate and secure the debts Britain owed them for loans made to her to fight the wars they instigated. It is important to remember that no sooner was the Dutch General [William of Orange] sitting upon the throne of England than he persuaded the British Treasury to borrow £1,250,000 from the .. bankers who had put him there. The school book history informs our children that the negotiations were conducted by Sir John Houblen and Mr William Patterson on behalf of the British Government with money-lenders whose identity remained secret… The international money-lenders agreed to accommodate the British Treasury to the extent of £1,250,000 providing they could dictate their own terms and conditions. This was agreed to. The terms were in part: 1. That the names of those who made the loan remain secret; and that they be granted a Charter to establish a Bank of England. 2. That the directors of the Bank of England be granted the legal right to establish the Gold Standard for currency by which – 3. They could make loans to the value of £10 for every £1 value of gold they had on deposit in their vaults. 4. That they be permitted to consolidate the national debt; and secure payment of amounts due as principal and interest by direct taxation of the people. Thus, for the sum of £1,250,000, King William of Orange sold the people of England into economic bondage.” “Pawns in the Game” (c.1956) door William Guy Carr, Commander R.C.N: op blz. 23.
xvi Volledige tekst: THE CHARTER OF THE CORPORATION OF THE GOVERNOR AND COMPANY OF THE BANK OF ENGLAND, 27 juli 1694 (http://www.bankofengland.co.uk/about/legislation/1694charter.pdf).
xvii “Give me control of a nation’s money supply, and I care not who makes its laws.” Geciteerd in onder meer “The authentic constitution: an originalist view of America’s Legacy”, Arthur E. Palumbo. P. 216.
xviii Claydon, Tony, “William III: Profiles in Power” (2002) ISBN 0582405238, pp. 129–131:“William’s decision to grant the Royal Charter in 1694 to the Bank, a private institution owned by bankers, is his most relevant economic legacy. It laid the financial foundation of the English take-over of the central role of the Dutch Republic and Bank of Amsterdam in global commerce in the 18th century.”
xix Penn History Review, Vol. 17, Issue 1, article 2, Fall 2009, “The Formation of the Bank of England”, Halley Goodman, p. 6.
xx De District of Columbia Organic Act van 1871 creerde een aparte corporate regering voor het District of Columbia. Zie: http://www.byronwine.com/files/1871.pdf Wetstekst 1871, zie: http://www.teamlaw.org/DCOA-1871.pdf Zie ook wetstekst 1871 hier:http://memory.loc.gov/cgi-bin/ampage?collId=llsl&fileName=016/llsl016.db&recNum=0454
xxi Zie o.m. D.M. Murcock. “Christ in Egypt.” p.114.
xxii “Nowadays, with its Lord Mayor, its Beadles, Sheriffs and Aldermen, its separate police force and its select electorate of freemen and liverymen, the City of London is an anachronism of the worst kind. The Corporation, which runs the City like a one-party mini-state, is an unreconstructed old boys’ network whose medievalist pageantry camouflages the very real power and wealth which it holds.” Rough Guide to England, 2006. P. 110.
xxiii A. Andreades, “History of the Bank of England, 1640 – 1903”, 1966, p. 61.
xxiv William Paterson. in Undiscovered Scotland. Undiscovered Scotland.co.uk, Retrieved January 16, 2008
xxv Penn History Review, Vol. 17, Issue 1, article 2, Fall 2009, “The Formation of the Bank of England”, Halley Goodman, p. 7 en volgende.
xxvi “The bank hath benefit of interest on all moneys which it creates out of nothing.” Zie: Ellen Hodgson Brown,“Web of Debt”, Third Millenium Press 2007, p. 66-68. Zie ook Caroll Quigley; “Tragedy and Hope.” Wikipedia zegt hierover: “Een opmerkelijke bepaling in het oprichtingsstatuut was “The Bank hath benefit on the interest on all monies which it creates out of nothing”. Mede hierdoor kon de regering haar activiteiten financieren door op deze wijze geld te lenen, i.p.v. het uitoefenen van haar recht om het zelf uit te geven. En zo werd het fenomeen staatsschuld geïnstitutionaliseerd”. Bron: Wikipedia Ned., geraadpleegd 4 april 2010; “Bank of England”: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bank_of_England
xxvii Ellen Hodgson Brown;“Web of Debt”, Third Millenium Press, 2008, p. 66.
xxviii Penn History Review, Vol. 17, Issue 1, article 2, Fall 2009, “The Formation of the Bank of England”, Halley Goodman, p. 7 en volgende.
xxix Ellen Hodgson Brown;“Web of Debt”, Third Millenium Press, 2008, p. 66.
xxx A. Andreades, “History of the Bank of England, 1640 – 1903”, 1966, p. 65. Ellen Hodgson Brown;“Web of Debt”, Third Millenium Press, 2008, p. 66-67.
xxxi Zie site van de Bank of England > Home> About the Bank> History>hoofdstuk: “Major Developments”;“A Fund for Perpetual Interest: The funded National Debt is born” “Paterson put forward a plan for a ‘Bank of England’ and a ‘Fund for Perpetual Interest’…” (http://www.bankofengland.co.uk/about/history/major_developments2.htm).
xxxii Ellen Hodgson Brown;“Web of Debt”, Third Millenium Press, 2008, p. 66.
xxxiii “The fiscal credibility of the English government created by the Glorious Revolution unleashed a revolution in public finance. The most prominent element was the introduction of long-run borrowing by the government, because such borrowing absolutely relied on the government’s fiscal credibility. To create credible long-run debt, Parliament took responsibility for the debt, and Parliamentary-funded debt became the National Debt, instead of just the king’s debt. To bolster credibility, Parliament committed future tax revenues to servicing the debts and introduced new taxes as needed (Dickson 1967, Brewer 1988). Credible government debt formed the basis of the Bank of England in 1694 and the core the London stock market. The combination of these changes has been called the Financial Revolution and was essential for Britain’s emergence as a Great Power in the eighteenth century (Neal 2000).” Uit EH.Net encyclopedia. URL:http://eh.net/encyclopedia/article/quinn.revolution.1688 Bronnen: Brewer, John. “The Sinews of Power”. Cambridge: Harvard Press, 1988. Dickson, Peter. “The Financial Revolution in England”. New York: St. Martin’s, 1967. Neal, Larry. “How it All Began: the Monetary and Financial Architecture of Europe during the First “Global Capital Markets, 1648-1815”. Financial History Review 7 (2000): 117-40.
xxxiv “The plan now was to raise £ 1.200,000 [ andere bronnen melden £ 1.250,000] to be lent to the Government in return for a yearly interest of £ 100,000. The subscribers were to the loan were to form a coporation with the right to issue notes up to the value of its total capital”, A. Andreades, “History of the Bank of England, 1640 – 1903”, 1966, p. 65.
xxxv Claydon, Tony, “William III: Profiles in Power” (2002) ISBN 0582405238, pp. 129–131:“William’s decision to grant the Royal Charter in 1694 to the Bank, a PRIVATE institution owned by bankers,…” Zie ook: Ellen Hodgson Brown,“Web of Debt”, Third Millenium Press 2007, p. 68.
xxxvi Penn History Review, Vol. 17, Issue 1, article 2, Fall 2009, “The Formation of the Bank of England”, Halley Goodman, p. 10.
xxxvii John Coleman; “The Conspirators’ Hierarchy – The Committe of 300“; Voorwoord. Global Insights Publications; 4th edition (August 1997) ISBN-13: 978-0963401946. P. 100.
xxxviii Zie Wikipedia Eng: USPG (geraadpleegd 20 maart 2010). Zie ook; one-evil.org; 25 “Most Evil People – 18th Century CE, King William III, http://one-evil.org/people/people_18c_William_III.htm)
xxxix Koestler, Arthur; The Thirteenth Tribe – The Khazar Empire And Its Heritage, Random House, New York, 1976/1999. ISBN-13: 9780394402840 Compleet boek down te loaden via: http://www.bibliotecapleyades.net/sociopolitica/esp_sociopol_khazar01.htmVoor zijn biografie: zie Wikipedia. Shlomo Sand; “Comment le peuple juif fut

Door Jim Beame

download PDF-versie

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s